1
1. Koolhydraten zijn essentieel voor een goede sportprestatie
Deel 1. Dit deel geeft stellingen over koolhydraten. Geef aan in welke mate je het eens bent met de stelling. Weet je het niet? Antwoord dan: "weet ik niet".
2
2. Als ik veel koolhydraten eet, voel ik me zwaar of traag tijdens het sporten
Deel 1. Dit deel geeft stellingen over koolhydraten. Geef aan in welke mate je het eens bent met de stelling. Weet je het niet? Antwoord dan: "weet ik niet".
3
3. Ik heb het gevoel dat ik weinig koolhydraten nodig heb, ook op trainingsdagen.
Deel 1. Dit deel geeft stellingen over koolhydraten. Geef aan in welke mate je het eens bent met de stelling. Weet je het niet? Antwoord dan: "weet ik niet".
4
4. Ik weet welke voedingsmiddelen veel gezonde koolhydraten bevatten.
Deel 1. Dit deel geeft stellingen over koolhydraten. Geef aan in welke mate je het eens bent met de stelling. Weet je het niet? Antwoord dan: "weet ik niet".
5
5. Ik voel me schuldig als ik veel koolhydraten eet.
Deel 1. Dit deel geeft stellingen over koolhydraten. Geef aan in welke mate je het eens bent met de stelling. Weet je het niet? Antwoord dan: "weet ik niet".
6
6. Ik voel me beter als ik 'gezond' eet, ook al bevat dat weinig koolhydraten.
Deel 1. Dit deel geeft stellingen over koolhydraten. Geef aan in welke mate je het eens bent met de stelling. Weet je het niet? Antwoord dan: "weet ik niet".
7
7. Ik vind dat sporters bewust met voeding moeten omgaan.
Deel 1. Dit deel geeft stellingen over koolhydraten. Geef aan in welke mate je het eens bent met de stelling. Weet je het niet? Antwoord dan: "weet ik niet".
8
8. Ik vind het verkeerd om sportvoeding of supplementen te gebruiken voor extra koolhydraten
Deel 1. Dit deel geeft stellingen over koolhydraten. Geef aan in welke mate je het eens bent met de stelling. Weet je het niet? Antwoord dan: "weet ik niet".
9
9. Ik vind 'natuurlijke' voeding beter dan bewerkte koolhydraatbronnen.
Deel 1. Dit deel geeft stellingen over koolhydraten. Geef aan in welke mate je het eens bent met de stelling. Weet je het niet? Antwoord dan: "weet ik niet".
10
10. In mijn trainingsgroep wordt gezond eten belangrijk gevonden.
Deel 1. Dit deel geeft stellingen over koolhydraten. Geef aan in welke mate je het eens bent met de stelling. Weet je het niet? Antwoord dan: "weet ik niet".
11
11. Ik vind dat sporters een voorbeeldfunctie hebben in hoe ze eten en met voeding omgaan.
Deel 1. Dit deel geeft stellingen over koolhydraten. Geef aan in welke mate je het eens bent met de stelling. Weet je het niet? Antwoord dan: "weet ik niet".
12
12. Ik heb het gevoel dat andere survivalrunners letten op wat ik eet.
Deel 1. Dit deel geeft stellingen over koolhydraten. Geef aan in welke mate je het eens bent met de stelling. Weet je het niet? Antwoord dan: "weet ik niet".
13
13. Mijn trainer moedigt me aan om voldoende koolhydraten te eten.
Deel 1. Dit deel geeft stellingen over koolhydraten. Geef aan in welke mate je het eens bent met de stelling. Weet je het niet? Antwoord dan: "weet ik niet".
14
14. Wat ik eet is vergelijkbaar met wat andere survivalrunners in mijn omgeving eten.
Deel 1. Dit deel geeft stellingen over koolhydraten. Geef aan in welke mate je het eens bent met de stelling. Weet je het niet? Antwoord dan: "weet ik niet".
15
15. Ik baseer mijn eetgedrag op wat ervaren survivalrunners doen.
Deel 1. Dit deel geeft stellingen over koolhydraten. Geef aan in welke mate je het eens bent met de stelling. Weet je het niet? Antwoord dan: "weet ik niet".
16
16. In mijn omgeving eten de meeste sporters weinig koolhydraten
Deel 1. Dit deel geeft stellingen over koolhydraten. Geef aan in welke mate je het eens bent met de stelling. Weet je het niet? Antwoord dan: "weet ik niet".
17
17. Ik weet hoe ik mijn voeding kan aanpassen om ervoor te zorgen dat ik meer koolhydraten binnenkrijg.
Deel 1. Dit deel geeft stellingen over koolhydraten. Geef aan in welke mate je het eens bent met de stelling. Weet je het niet? Antwoord dan: "weet ik niet".
18
18. Ik kan mijn voedingspatroon aanpassen, ook als ik weinig tijd heb.
Deel 1. Dit deel geeft stellingen over koolhydraten. Geef aan in welke mate je het eens bent met de stelling. Weet je het niet? Antwoord dan: "weet ik niet".
19
19. Ik wil mijn voeding aanpassen met het doel om beter te presteren in de sport
Deel 1. Dit deel geeft stellingen over koolhydraten. Geef aan in welke mate je het eens bent met de stelling. Weet je het niet? Antwoord dan: "weet ik niet".
20
20. Ik ben gemotiveerd om meer aandacht te besteden aan mijn koolhydraatinname.
Deel 1. Dit deel geeft stellingen over koolhydraten. Geef aan in welke mate je het eens bent met de stelling. Weet je het niet? Antwoord dan: "weet ik niet".
21
21. Het aanpassen van mijn voeding voelt de moeite waard
Deel 1. Dit deel geeft stellingen over koolhydraten. Geef aan in welke mate je het eens bent met de stelling. Weet je het niet? Antwoord dan: "weet ik niet".
22
22. Ik heb vertrouwen in mijn vermogen om gezonde voedingskeuzes te maken
Deel 1. Dit deel geeft stellingen over koolhydraten. Geef aan in welke mate je het eens bent met de stelling. Weet je het niet? Antwoord dan: "weet ik niet".
23
23. Ik vertrouw erop dat ik weet wat mijn lichaam nodig heeft qua voeding omtrent trainingen en wedstrijden.
Deel 1. Dit deel geeft stellingen over koolhydraten. Geef aan in welke mate je het eens bent met de stelling. Weet je het niet? Antwoord dan: "weet ik niet".
24
24. Ik voel me zeker over mijn kennis over de hoeveelheid koolhydraten die ik per dag nodig heb.
Deel 1. Dit deel geeft stellingen over koolhydraten. Geef aan in welke mate je het eens bent met de stelling. Weet je het niet? Antwoord dan: "weet ik niet".
25
25. Ik kan goed inschatten hoeveel koolhydraten een maaltijd bevat.
Deel 1. Dit deel geeft stellingen over koolhydraten. Geef aan in welke mate je het eens bent met de stelling. Weet je het niet? Antwoord dan: "weet ik niet".
26
26. Ik kan maaltijden voorbereiden die passen bij mijn trainingsbelasting
Deel 1. Dit deel geeft stellingen over koolhydraten. Geef aan in welke mate je het eens bent met de stelling. Weet je het niet? Antwoord dan: "weet ik niet".
27
27. Ik heb moeite om voldoende koolhydraten binnen te krijgen, vanwege tijdgebrek.
Deel 1. Dit deel geeft stellingen over koolhydraten. Geef aan in welke mate je het eens bent met de stelling. Weet je het niet? Antwoord dan: "weet ik niet".
28
28. Gezonde koolhydraatbronnen zijn voor mij lastig beschikbaar
Deel 1. Dit deel geeft stellingen over koolhydraten. Geef aan in welke mate je het eens bent met de stelling. Weet je het niet? Antwoord dan: "weet ik niet".
29
29. Ik vind specifieke sportvoeding of koolhydraatrijke producten te duur.
Deel 1. Dit deel geeft stellingen over koolhydraten. Geef aan in welke mate je het eens bent met de stelling. Weet je het niet? Antwoord dan: "weet ik niet".