.

Zorgstandaard Suïcidaal gedrag

Beste expert,

Alle zorgstandaarden worden eens in de vier jaar beoordeeld als onderdeel van de kwaliteitscyclus. Op die manier blijven ze actueel en sluiten ze aan bij nieuwe ontwikkelingen in de zorg.

Dit jaar beoordelen we de zorgstandaard Suïcidaal gedrag.  

We vragen je om deze vragenlijst in te vullen. Met jouw input kunnen we onze kwaliteitsraad een zorgvuldig onderbouwd voorstel sturen over de vraag of herziening van deze zorgstandaard nodig is.

De vragenlijst bestaat uit 19 vragen. Tussentijds opslaan is niet mogelijk. Jouw antwoorden worden pas opgeslagen en verzonden nadat je bij de laatste vraag op 'Versturen' hebt geklikt. 

Met vriendelijk groet,

Liv Possen, projectmanager Akwa GGZ

Beveiligd
logo
Zorgstandaard Suïcidaal gedrag

Over jezelf

1

Wat is jouw rol binnen de ggz?

Kies één antwoord
2

In welke setting werk je?

Bijvoorbeeld: Jeugd, ouderen of volwassenen. Ambulant of klinisch of combinatie. Basis of specialistische zorg. Huisartsen- of verslavingszorg etc.
3

Welke functie heb je?

Bijvoorbeeld: POH ggz, verpleegkundige, psychotherapeut etc.
4

In welke setting ben je in behandeling (geweest)?

Bijvoorbeeld: Jeugd, ouderen of volwassenen. Ambulant of klinisch of combinatie. Basis of specialistische zorg. Huisartsen- of verslavingszorg etc.
logo
Zorgstandaard Suïcidaal gedrag

Nieuwe relevante inzichten of ontwikkelingen

De volgende vragen gaan over nieuwe inzichten. Denk daarbij aan nieuwe interventies, methoden, wetenschappelijke evidentie en ervaringen van patiënten, naasten en professionals die mogelijk een plek verdienen in de zorgstandaard.

Je kunt alle informatie die je relevant vindt met ons delen. We beginnen met een algemene vraag over inzichten die relevant zijn voor de beoordeling van de zorgstandaard. Daarna volgen vragen over de invloed van de nieuwe MDR. Vervolgens vragen we per hoofdstuk van de zorgstandaard naar relevante ontwikkelingen, aanvullingen en wijzigingen.

5

Welke algemene inzichten wil je met ons delen die relevant zijn voor de beoordeling van de zorgstandaard Suïcidaal gedrag?

De invloed van de nieuwe MDR komt in de volgende vragen apart aan bod.
6

Geeft de nieuwe MDR Suïcidaliteit (2025) aanleiding tot inhoudelijke aanpassing van de zorgstandaard?

In 2025 is de nieuwe MDR Suïcidaliteit gepubliceerd. We horen graag of deze input geeft voor inhoudelijke aanpassing van de zorgstandaard.
7

Als je bij de vorige vraag hebt aangegeven dat inhoudelijke herziening nodig is, kun je dat hieronder toelichten?

8

Is er nieuwe wetenschappelijke evidentie?

De zorgstandaard is in 2018 gepubliceerd. Kies één of meer antwoorden
9

Als er nieuwe evidentie is, kan je hieronder aangeven welke dat dan is?

Hoeft niet uitgebreid of volledig, maar wel zodanig dat we het artikel kunnen vinden.
10

Zijn er nieuwe inzichten op het gebied van patiënten- of naastenperspectief?

Samengevat legt het patiëntenperspectief in de huidige zorgstandaard Suïcidaal gedrag de nadruk op deze punten: - Contact maken is de kern van het omgaan met iemand met (een vermoeden van) suïcidaal gedrag. - Het is belangrijk dat het lijden van de persoon met suïcidaal gedrag wordt erkend, dat de persoon zich gehoord en gesteund voelt en dat er open wordt gesproken over de wens tot zelfdoding. Dit vraagt om empathie en een sfeer van vertrouwen. - Professionals moeten durven doorvragen. - Vraag aan de persoon met suïcidaal gedrag altijd wie voor diegene de belangrijkste naasten zijn en op welke manier zij bij de behandeling betrokken kunnen worden.
11

Zijn er nieuwe inzichten op het gebied van vroege onderkenning en preventie?

Samengevat staat in de huidige zorgstandaard over vroege onderkenning en preventie: Het is vaak moeilijk om suïcidaal gedrag te herkennen, zeker als mensen niet in behandeling zijn bij de ggz. Ongeveer de helft van de mensen zoekt in de weken voor de suïcide hulp bij de huisarts. Dit doen zij echter meestal met een andere hulpvraag. Vaak kan alleen uit de omstandigheden worden afgeleid dat iemand aan suïcide denkt of een suïcidepoging heeft gedaan. Naasten, zoals vrienden en familieleden, zijn een belangrijke informatiebron. Zij merken suïcidaal gedrag en veranderingen in gedrag vaak goed op. Vraag als professional (binnen en buiten de ggz) actief en onderzoek suïcidegedachten en -plannen bij een vermoeden op suïcidaal gedrag.
12

Zijn er nieuwe inzichten op het gebied van diagnostiek?

Samengevat staat over diagnostiek het volgende in de huidige zorgstandaard: Bepaal eerst de ernst en urgentie van de situatie en of direct hulp nodig is. Verdiep je daarna in het suïcidaal gedrag, de actuele situatie en de voorgeschiedenis. Breng vervolgens samen met de persoon met suïcidaal gedrag en diens naasten in kaart wat aan het suïcidaal gedrag voorafging, wat de aard en het verloop van de klachten zijn en wat de betekenis van het gedrag is. De reden voor suïcidaal gedrag is een belangrijk aanknopingspunt voor behandeling.
13

Zijn er nieuwe inzichten op het gebied van behandeling, begeleiding en terugvalpreventie?

Samengevat staat in de huidige zorgstandaard: Stel op basis van de diagnose samen met de patiënt een individueel behandelplan op. Zoek hierbij naar een aanpak die past bij het individu en de situatie. De beslissingen over de behandeling worden zo veel mogelijk gezamenlijk met patiënt en naasten. De behandeling bestaat uit eerste interventies en daarop aansluitende lange termijn behandeling: → Eerste interventies: gericht op veiligheid scheppen, de patiënt tegen zichzelf beschermen, psycho-educatie en voorlichting over suïcidaal gedrag. → Lange termijn behandeling: gericht op het behandelen van het suïcidale gedrag, eventueel met gebruik van psychotherapie en medicatie. Stel een signalerings- of veiligheidsplan op. Dit plan heeft als doel om duidelijkheid en inzicht te krijgen in het ontstaan en ontwikkeling van suïcidaal gedrag. Voor de behandeling van onderliggende psychische stoornissen dienen de daartoe opgestelde zorgstandaarden en richtlijnen gevolgd te worden.
14

Zijn er nieuwe inzichten op het gebied van herstel, participatie en re-integratie?

Samengevat staat in de huidige zorgstandaard dat herstel gaat om het ontwikkelen van veerkracht en om het omgaan met - en het leven weer oppakken na - ontwrichtende ervaringen. Hierbij spelen zinvragen als ‘hoe kan ik leven met mijn pijn’, ‘wat maakt mijn leven nog de moeite waard’ een belangrijke rol. Het vraagt moed van de hulpverlener om werkelijk contact te maken met mensen die emotionele pijn uiten. Alleen dan kunnen zij iemand bijstaan in moeilijke situaties. Ook ervaringsdeskundigen spelen een belangrijke rol bij de ondersteuning van herstel. Ervaringsdeskundigen weten uit eigen ervaring hoe je perioden van crisis en machteloosheid te boven kunt komen. Ze zijn een rolmodel en bieden hoop dat herstel mogelijk is. Ook kunnen zij de weg openen voor ondersteuning door naasten en vrijwilligers.
15

Zijn er nieuwe inzichten op het gebied van organisatie van zorg?

Samengevat staat in de huidige zorgstandaard bij de organisatie van zorg rondom suïcidaal gedrag dat het een probleem is dat er geen of weinig afspraken worden gemaakt over de zorgketen. Daardoor kan de continuïteit van zorg in gevaar komen en kunnen patiënten tussen wal en schip vallen. Daarom moeten in iedere regio door relevante partijen overeenkomsten worden opgesteld over ieders verantwoordelijkheden bij de zorg voor mensen met suïcidaal gedrag. Hierbij is het belangrijk dat de verantwoordelijkheid van een hulpverlener pas eindigt, wanneer een warme overdracht naar een andere hulpverlener in de keten heeft plaatsgevonden. Het initiatief voor het maken van deze overeenkomsten moet worden genomen door de gespecialiseerde ggz. De regiebehandelaar is verantwoordelijk voor afstemming met andere behandelaars en voor regelmatige evaluatie van de samenwerking. Belangrijk in de samenwerking tussen ketenpartners is het doorlopen van een proces van commitment en vertrouwen. Wanneer ketenpartners elkaar kennen en vertrouwen, zal het eenvoudiger zijn om tot afspraken te komen en weten aanbieders elkaar te vinden bij eventuele knelpunten.


logo
Zorgstandaard Suïcidaal gedrag

De volgende vragen gaan over de kernaanbevelingen van de zorgstandaard Suïcidaal gedrag. Hieronder vind je de huidige kernaanbevelingen:

1. Durf suïcidaliteit te bespreken. Zo signaleer je vroegtijdig mogelijke suïcidale gedachten, zorg dat je op de hoogte bent van mogelijke risico’s op suïcide en wanneer je suïcidaliteit uit moet vragen.

2. Zorg dat je weet hoe je contact maakt en welke vragen je het beste kan stellen. Maak daarvoor gebruik van hulpmiddelen.

3. Bepaal als zorgprofessional hoe ernstig en dringend de situatie is, of direct hulp nodig is en zo ja waar en door wie. Overleg bij twijfel altijd met de regiebehandelaar of een collega regiebehandelaar.

4. Ga na de eerste inschatting van de situatie dieper in de oorzaak van het suïcidaal gedrag en maak daarbij gebruik van het CASE-interview of de CAMS.

5. Suïcidaliteit is ook ingewikkeld voor de naasten van patiënt. Gebruik naasten als belangrijke informatiebron, maar naasten kunnen ook een rol vervullen als co-begeleider, mantelzorger of zorgvrager.

6. Stel samen met de patiënt en bij voorkeur ook diens naasten een veiligheidsplan op.

7. Draag zorg voor een zorgvuldige afhandeling van een geslaagde suïcide, zorg dat je de daarvoor geldende procedures kent en dat deze worden nageleefd.

16

Bevatten de huidige kernaanbevelingen nog de kern van de zorg voor mensen met suïcidaal gedrag?

Kies één antwoord
17

Kun je toelichten waarom de kernaanbeveling de kern niet meer bevat?

We horen graag specifiek welke kernaanbeveling(en) volgens jou niet langer de kern van goede zorg weergeven. Kun je toelichten wat er volgens jou niet meer passend, actueel of werkbaar is? Denk hierbij aan bijvoorbeeld verouderde inhoud, onduidelijke formuleringen of aanbevelingen die in de praktijk niet goed uitvoerbaar blijken. Geef ook aan wat er volgens jou zou moeten worden aangepast om de aanbeveling weer goed te laten aansluiten bij de huidige praktijk of inzichten.
logo
Zorgstandaard Suïcidaal gedrag

Leesbaarheid en bruikbaarheid

We willen ook beoordelen of een zorgstandaard bruikbaar is in de praktijk en of deze prettig leest.

18

Wat vind je van de bruikbaarheid van de zorgstandaard in de praktijk?

Denk hier bijvoorbeeld aan of de zorgstandaard aansluit bij de dagelijkse praktijk (of er mijlen ver vanaf is). Of de aanbevelingen concreet en toepasbaar zijn. Of dat er voldoende handvatten zijn om de samenwerking tussen disciplines vorm te geven. Dit is misschien moeilijk te beantwoorden als je de zorgstandaard niet goed kent, schrijf dan op waar je in de dagelijkse praktijk door belemmerd wordt.
19

Wat vind je van de leesbaarheid van de zorgstandaard?

Denk hier bijvoorbeeld aan of de tekst helder en begrijpelijk geschreven is (ook voor niet-specialisten?), of de belangrijkste punten makkelijk te vinden zijn (duidelijke structuur, koppen, samenvattingen), of de standaard niet onnodig lang of complex is?
logo
Zorgstandaard Suïcidaal gedrag

Tot slot

Als we de antwoorden op deze vragenlijst hebben geanalyseerd, dan schrijven we een advies voor de kwaliteitsraad of de zorgstandaard inhoudelijk moet worden herzien, of er een redactionele slag nodig is, of dat het allemaal blijft zoals het nu is.

Omdat data zonder context niet alles zegt, zouden we graag met een aantal mensen in gesprek gaan om dit advies goed op te kunnen schrijven.

20

Zouden we jou mogen benaderen voor een meer uitgebreid gesprek over de zorgstandaard Suïcidaal gedrag? Laat dan jouw naam en mailadres hieronder achter.

Dank u voor het invullen van de vragenlijst.

Mocht je nog een collega kennen of iemand die zeer betrokken is bij het onderwerp, dan kan je deze link doorsturen.

Let op: De vragenlijst sluit op 10 augustus