.

Gedichten vs. AI

Erg bedankt voor het invullen van de enquête! 

Onthoud, er is geen goed of fout antwoord.

Beveiligd
1

Vind jij gedichten kunst?

Kies één antwoord
2

Is het een probleem dat AI het werk van dichters overneemt? Waarom?

3

Lees jij gedichten? Zo ja, waar? Denk aan Pinterest, Instagram, boeken, etc.

4

Als jij gedichten leest, waarom?

Vind je ze mooi? Kan je jezelf en je leven in gedichten herkennen?
5

Eén van deze gedichten is gemaakt door AI, het andere gedicht door een dichter. Welk gedicht is gemaakt door AI?

Gedicht 1: Stilte als een vraag De stad huilt in de hoeken van de straat, de lucht dik van de beloftes die niet werden gehouden. Je ziet het aan de ogen van de voorbijganger, zoals roest in het glas van een vergeten raam. Ik probeer de tijd te vangen, de momenten die zich in de knieën zegenen en het asfalt doordrukken met hun onuitgesproken zinnen. Maar wat als het antwoord niet komt, en de vraag de enige overgebleven is? We spreken in flarden, verspreiden onze zinnen als een zonsopgang, maar niet iedereen voelt de warmte, niet iedereen begrijpt de schaduw. Ik zoek naar adem tussen de regels, de zin die ik mis, het woord dat ik niet durf te zeggen. Want zelfs de stilte heeft zijn eigen lawaai, en ik wil weten of het hetzelfde klinkt als mijn hart. Gedicht 2: de laatste fik in de wereld waar de omgeving van de mens zijn medemens is zegt jules deelder hoe kun je nou illegaal op deze wereld zijn? als je er eenmaal bent dan ben je er toch? in het heelal dat groter lijkt hoe verder men kijkt waarin jules deelder schrijft lieve ari wees niet bang de wereld draait rond en dat doettie nog lang denk ik zo mot het blijven we houwe 't klein binnen de kortste keren dondert er op mijn schouder uit zo'n tyfustekenfilmwolk een schraal duiveltje een opgeschoten engeltje dat in mijn oor begint te jengelen pleurt toch op man rot op naar je familiegraf en gaat er zelf in leggen lamlendige amsterdamse paardenlul de dood is kut je moet het leven niet te ernstig nemen spijtig dat zijn wonderbaarlijke lichaam geen voer voor de maden zal wezen ik had die beestjes een verzetje gegund
6

Waarom denk je dat jouw gekozen gedicht is gemaakt door AI?

Gedicht 1: Stilte als een vraag De stad huilt in de hoeken van de straat, de lucht dik van de beloftes die niet werden gehouden. Je ziet het aan de ogen van de voorbijganger, zoals roest in het glas van een vergeten raam. Ik probeer de tijd te vangen, de momenten die zich in de knieën zegenen en het asfalt doordrukken met hun onuitgesproken zinnen. Maar wat als het antwoord niet komt, en de vraag de enige overgebleven is? We spreken in flarden, verspreiden onze zinnen als een zonsopgang, maar niet iedereen voelt de warmte, niet iedereen begrijpt de schaduw. Ik zoek naar adem tussen de regels, de zin die ik mis, het woord dat ik niet durf te zeggen. Want zelfs de stilte heeft zijn eigen lawaai, en ik wil weten of het hetzelfde klinkt als mijn hart. Gedicht 2: de laatste fik in de wereld waar de omgeving van de mens zijn medemens is zegt jules deelder hoe kun je nou illegaal op deze wereld zijn? als je er eenmaal bent dan ben je er toch? in het heelal dat groter lijkt hoe verder men kijkt waarin jules deelder schrijft lieve ari wees niet bang de wereld draait rond en dat doettie nog lang denk ik zo mot het blijven we houwe 't klein binnen de kortste keren dondert er op mijn schouder uit zo'n tyfustekenfilmwolk een schraal duiveltje een opgeschoten engeltje dat in mijn oor begint te jengelen pleurt toch op man rot op naar je familiegraf en gaat er zelf in leggen lamlendige amsterdamse paardenlul de dood is kut je moet het leven niet te ernstig nemen spijtig dat zijn wonderbaarlijke lichaam geen voer voor de maden zal wezen ik had die beestjes een verzetje gegund
7

Eén van deze gedichten is gemaakt door AI, het andere gedicht door een dichter. Welk gedicht is gemaakt door AI?

Gedicht 1: Voor Ari Lieve Ari Wees niet bang De wereld is rond en dat istie al lang De mensen zijn goed De mensen zijn slecht Maar ze gaan alleen dezelfde weg Hoe langer je leeft hoe korter het duurt Je komt uit het water en gaat door het vuur Daarom lieve Ari Wees niet bang De wereld draait rond en dat doettie nog lang Gedicht 2: De Avond is een Beest Ik zit in de hoek, rook kringelt, het glas is halfvol, half leeg. De stad raast en ik luister, hoe de nacht het laatste woord heeft. Een man met een hoed komt binnen, hij heeft geen tijd voor verhalen. Zijn ogen weten meer dan hij zegt, en de muren kennen zijn naam. Ze roepen: "Kom, we gaan verder, het leven wacht niet, de dood trouwens ook niet." Buiten staan de lichten als valse beloftes. De regen stopt, maar de stad blijft nat. Ik rook, en voel de tijd, net als een klok die je opzet en afbreekt, het tikt maar door, en niemand weet wanneer het stopt. Tussen de flitsen van neonlichten is de stilte alleen maar een ander woord voor chaos. De beestachtige stad, met haar rammelende hart, vraagt nooit om toestemming en gaat altijd door. De nacht is een onbekende, maar ik ken haar gezicht. Haar lippen zijn blauw, haar handen altijd in de lucht. En ik blijf zitten, met mijn glas, mijn sigaret en een glimlach die niet helemaal klopt.
8

Waarom denk je dat jouw gekozen gedicht is gemaakt door AI?

Gedicht 1: Voor Ari Lieve Ari Wees niet bang De wereld is rond en dat istie al lang De mensen zijn goed De mensen zijn slecht Maar ze gaan alleen dezelfde weg Hoe langer je leeft hoe korter het duurt Je komt uit het water en gaat door het vuur Daarom lieve Ari Wees niet bang De wereld draait rond en dat doettie nog lang Gedicht 2: De Avond is een Beest Ik zit in de hoek, rook kringelt, het glas is halfvol, half leeg. De stad raast en ik luister, hoe de nacht het laatste woord heeft. Een man met een hoed komt binnen, hij heeft geen tijd voor verhalen. Zijn ogen weten meer dan hij zegt, en de muren kennen zijn naam. Ze roepen: "Kom, we gaan verder, het leven wacht niet, de dood trouwens ook niet." Buiten staan de lichten als valse beloftes. De regen stopt, maar de stad blijft nat. Ik rook, en voel de tijd, net als een klok die je opzet en afbreekt, het tikt maar door, en niemand weet wanneer het stopt. Tussen de flitsen van neonlichten is de stilte alleen maar een ander woord voor chaos. De beestachtige stad, met haar rammelende hart, vraagt nooit om toestemming en gaat altijd door. De nacht is een onbekende, maar ik ken haar gezicht. Haar lippen zijn blauw, haar handen altijd in de lucht. En ik blijf zitten, met mijn glas, mijn sigaret en een glimlach die niet helemaal klopt.