.

Zomerspelen Quiz

Welkom bij de enige echte Zomerspelen Quiz! Test je kennis, en wie weet? Misschien win jij wel die prijs! 

Beveiligd
1

Naam:

2

Welke middelen staan bekend om hun remmende werking op het ademcentrum?

Kies één antwoord
3

Welke van de hersenzenuwen heeft als functie: zorgt voor de tongmotoriek?

Kies één antwoord
4

Wat betekend een verhoogd pCO2 in een bloedgas?

Kies één antwoord
5

Het Guillain-Barré syndroom is een:

Kies één antwoord
6

Wat is de kans op een bloeding bij het geven van Alteplase (TPA)?

Kies één antwoord
7

Wat is er aan de hand bij een 2e graads AV-blok type 2?

Kies één antwoord
8

Verschijnselen die niet door de tumor zelf worden veroorzaakt, maar door de antilichamen die het lichaam vormt tegen stoffen die door de tumor worden geproduceerd, noem je:

Kies één antwoord
9

Je patiënt gaat starten met sondevoeding en hierbij moet je het refeedingprotocol volgen. Volgens dit protocol moet er lab worden geprikt (kalium, fosfaat, magnesium) voor start voeding. Ook moet er thiamine worden gesuppleerd. Wanneer geef je de eerste gift thiamine?

Kies één antwoord
10

De eerste face van de ABCDE methodiek is het beoordelen van de

Kies één antwoord
11

Welk klinisch verschijnsel ontstaat niet direct na het ontstaan van een SAB?

Kies één antwoord
12

Respiratoire insuffiëntie kan ontstaan als gevolg van:

Kies één antwoord
13

Een complete dwarsleasie hoger dan niveau .. is zonder beademingsapperatuur niet met het leven verenigbaar:

Kies één antwoord
14

Welke antistolling kan je niet couperen bij een hemorragisch CVA?

Kies één antwoord
15

De pupilreactie is een reflex van de

Kies één antwoord
16

Een inspiratoire stridor duid op een probleem in de:

Kies één antwoord
17

Je patiënt krijgt na toediening TPA een hersenbloeding. Welke medicatie geef je?

Kies één antwoord
18

Welke van de volgende is GEEN oorzaak van metabole acidose?

Kies één antwoord
19

Wat is de functie van de bloed-hersenbarrière?

Kies één antwoord
20

De penumbra (nog levensvatbaar hersenweefsel na het geïnfarceerde gebied) kan nog uren blijven bestaan. Hoeveel uur ongeveer?

Kies één antwoord
21

Op welke manier compenseert het lichaam bij een respiratoire acidose?

Kies één antwoord
22

Bij welk van de volgende ziektebeelden zet je het bed in anti-trendelenburg (hoofd omhoog, voeten naar beneden)?

Kies één antwoord
23

Je patiënt heeft vanwege hypertensie een labetalolpomp. De patiënt:

Kies één antwoord
24

Je neemt een patiënt op met verdenking Meningitis, onbekende verwekker. Je past toe:

Kies één antwoord
25

Wat duidt het QRS-complex op een ECG aan?

Kies één antwoord
26

Welke hersenkwab is betrokken bij het verwerken van visuele informatie?

Kies één antwoord

Dat was 'm dan, de zomerspelenquiz! Heb je de goede antwoorden gegeven? Win jij die prijs?

27

Wat vond je van deze quiz?