DEEL 3:
Uitleg 2:
Acathisie
Acathisie betekent letterlijk ‘niet kunnen zitten’
Het centrale symptoom is de innerlijke rusteloosheid (het subjectieve symptoom). De (been)bewegingen (de objectieve symptomen), zijn daar een gevolg van. De innerlijke rusteloosheid wordt vaak ervaren in de benen.
Patiënten beschrijven dit op velerlei wijzen: ‘onrustig’, ‘gespannen’, ‘kan niet stilzitten’, ‘nerveus’, ‘moet bewegen’, of ‘kan niet meer concentreren’. Soms klagen de patiënten over geïrriteerdheid of dysforie. Dysforie duidt op een stemming van algeheel onwelbevinden, een bozig, geprikkeld, rusteloos gevoel en ernstige acathisie gaat vrijwel altijd gepaard met dysforie. Dysforie die ontstaat na de start van antipsychotica kan voorafgaan aan acathisie maar kan ook zonder acathisie voorkomen.
Diagnostische vragen
Twee gevoelige vragen zijn: ‘voelt u zich rusteloos?’, en ‘is het moeilijk voor u om stil te zitten?’. Een ontkennend antwoord op beide vragen maakt acathisie onwaarschijnlijk (Voor verder onderzoek van acathisie zie het bewegingsstoornissen onderzoek).
De ernst van de acathisie wisselt vaak over de dag.
Bepaalde bewegingen wijzen op acathisie
In zittende houding zie je bijvoorbeeld:
- telkens het ene been over het andere slaan ter hoogte van de enkels of de knieën;
- met het ene been over het andere geslagen telkens het gekruiste been bewegen;
- wiebelen van de benen, trappelen met de voeten;
- naar beneden of boven draaien van de voet;
- naar binnen en buiten draaien van de enkels.
In staande houding zie je:
- lopen op de plaats;
- trappelen met de benen;
- telkens verplaatsen van het gewicht van het ene naar het andere been, of in een lichtere vorm afwisselend aanspannen van de kuitspieren.
Liggen vermindert de klachten zowel de onrust als de beenbewegingen.