Onderzoek ''Voorbereidend schrijven''
1
Ik pas oefeningen toe om de fijne motoriek van de kinderen te verbeteren.
2
Ik pas oefeningen toe om de grove motoriek van de kinderen te verbeteren.
3
Ik pas oefeningen toe waarbij kinderen vormen moeten onderscheiden vanuit een geheel.
Dit zijn oefeningen voor de visuele discriminatie, waarbij het draait om het zien van verschillen en overeenkomsten tussen afbeeldingen, letters of woorden
4
Ik pas oefeningen toe om de oog-handcoördinatie van de kinderen te verbeteren.
5
Ik zet ruimtelijke begrippen in tijdens de lessen.
Denk aan: naar boven, naar beneden, opzij, naar links, naar rechts, schuin omhoog en omlaag. Maar ook: bovenkant, onderkant, het midden, groot en klein. Kinderen moeten weten wat een cirkel, een vierkant en een lijn is en wat hier, daar, ver, dichtbij, hoog, laag en diep is.
6
Ik pas oefeningen toe zodat kinderen hun voorkeurshand komen te weten.
7
Ik pas oefeningen toe om de ontspanning en concentratie van de kinderen te bevorderen.
8
Ik pas oefeningen toe waarbij de schrijfpatronen worden gemaakt.
De schrijfpatronen:

9
Ik observeer kindertekeningen om te kijken welke schrijfpatronen het kind al beheerst.
De schrijfpatronen:

10
Ik observeer de vorm van het schrijfpatroon, de beweging waarmee het schrijfpatroon wordt gemaakt en de ruimte waarin het schrijfpatroon wordt geplaatst.
De schrijfpatronen:

11
Ik laat kinderen staan of op hun knieën zitten als er nog niet lang op de stoel gezeten kan worden.
12
Ik laat kinderen in de juiste schrijfhouding zitten.
Er is sprake van een juiste schrijfhouding als: twee voeten de grond raken, het kind zit met twee zitknobbels stevig op de stoel, de buik niet tegen de tafel aan zit geklemd, het hoofd niet te ver voorover gebogen is en er twee handen op tafel liggen. De ene hand schrijft en de andere hand ligt op het papier.
13
Ik zet dikkere wasco, dikke kleine kleurpotloden en penselen met verf in tijdens de lessen.
14
Ik pas de juiste pengreep toe en laat kinderen het potlood op deze manier vastpakken.
De ideale pengreep ziet er als volgt uit: licht gebogen duim en wijsvinger met de middelvinger losjes onder de pen
15
Ik pas de juiste schrijfbeweging toe en laat kinderen dit ook doen.
De ideale schrijfbeweging is als volgt: de zijkant van de hand ligt op het papier, de zijkant van de onderarm ligt op het papier, de pols ligt in het verlengde van de hand, dus er is geen knik naar voren en naar achteren, de zijkant van de pink en een stukje van de zijkant van de ringvinger en middelvinger liggen op het papier. Vanuit deze stand van de hand wordt de hand vanuit de schouder over het papier bewogen, waarbij de hand bij iedere schrijfbeweging in beweging blijft.
16
Ik pas de juiste papierligging toe en laat kinderen dit ook doen.
De juiste papierligging: eerst wordt het papier recht voor het kind neergelegd. Als het kind met de schrijfhand over het werk veegt, dan wordt het papier net zolang gedraaid tot het in de goede stand ligt.
17
Ik pas oefeningen toe waarbij er met de niet-schrijvende hand geoefend wordt door de kinderen
Het is de bedoeling dat de niet-schrijvende hand plat op het papier ligt en het papier langzaam omhoog schuift als het potlood naar beneden gaat.
18
Ik zorg en let erop dat de kinderen een doorgaande beweging maken tijdens de voorbereidende motorische oefeningen.
Toevoeging: Er wordt vloeiend geschreven zonder het potlood op te tillen.
19
Hoelang bent u werkzaam in het onderwijs?